Wederpartij in plaats van wederhelft

door: G. van Ravenzwaaij

 

Voor een amateur-genealoog is een notariële akte over één van zijn voorouders min of meer een godsgeschenk. Enige tijd geleden viel een dergelijk geschenk mij zo maar in de schoot.
Een beroepsgenealoog die voor mij wel eens iets uitgezocht had, dat voor mijzelf te moeilijk was, zond mij ongevraagd een afschrift van een notariële akte, die hij toevallig bij een onderzoek voor iemand anders gevonden had. Het was een schot in de roos en ik denk, dat het zo interessant is, dat ik het ook anderen niet wil onthouden.
Wat is het geval?

Onder mijn voorouders heb ik het echtpaar Joannes Dominicus Odekercken en Maria Meertens. Hij is woonachtig in Wijk, zij is dochter uit een Maasschippersfamilie uit Eijsden.

Op 26 maart 1743 wordt in de St. Martinus te Maastricht gedoopt Gertrudis Odekercken, de moeder is Maria Meertens uit Eijsden. Zij is niet getrouwd, maar noemt als vader van het kind Joannes Dominicus Odekercken. Het kind wordt door de pastoor ingeschreven als filia illegitimus. Het is geen lang leven beschoren, want het sterft reeds op 22 april 1743. Met toestemming van de pastoor van Breust heeft de grootmoeder Maria Geurten uit Eijsden het kind in Maastricht laten dopen.
En zie, op 2 augustus 1744 trouwen Maria en Joannes toch nog met elkaar in de St. Martinus te Maastricht. Wat er aan dit huwelijk vooraf ging, blijkt uit een notariële akte. Het betreft een akte van notaris M.D. Sijmons, residerende te Eijsden uit het rijksarchief te Maastricht, inventarisnr. 202, minuutakte 22, syst. 1742.

Van een gedeelte van deze akte heb ik een transcriptie gemaakt, die hierna volgt.

Op heden den twee en twintighsten September seventienhondert ende twee en veertigh voor mij onderget. notaris openbaer bij den souvereijnen Raede van Brabant en de Landen van Overmaeze in 's Gravenhaege geadmitteerd residerende binnen de vrijeheijt ende heerlickheijt Eysden Lande van Valkenbergh ter presentie des geloofsw. getuigen naegenoemt is persoonlijck gecompareert Marie Mertens wettige Dochter van Christianus Mertens ende Marie Geurten Ehluydens, woonende alhier, oudt wesende vierentwintigh jaeren gepasseerd geathsiteerd ten desen met haaren voornd. vader Christiaen Mertens welke voors comparanten ons te kennen gaven hoe sekeren Joannes Odekercken woonende tot Wijck ressort van Maesstricht van sijn ambacht wesende eenen Schrijne wercker haer Marie Mertens meer als ander halff jaer heeft geconverteert ende in vrijagie naergegaan, als oock trouwgeloften gegeven dat dese lieffde tussen hen so verre is gecomen dat gemelde Joannes Odekercken haar Marie Mertens soo fraye heeft weten te bepraeten op pretent an de gen. dat sij Marie Mertens door menschelijcke swackheyt soo verre is gecomen ende gebrocht dat hij Joes Odekercken haer Marie Mertens over eenige maenden heeft geimpregneerdt ende sulckx ten huyse van hem Odekercken tot Wijck voorts naer dat sij Marie Mertens uit haer huese bij Sr. Christiaen Coenengracht in den Roosenmarijn tot Maestricht was gegaen tot welke uijtgaen der huese hij Odekercken haer Marie Mertens persuadeerde ten fine van met haer te trouwen soodeanigh dat sij Marie Mertens haer als nu bevrucht vindt dat sij Marie Mertens alsoo in desen staet wetende hem Odekercken seer dievels in der minnen heeft geinterpelleert van haar ter eeren te brengen conform de gend. trouwgeloften dat hij Odekercken het selve van tijt tot tijt uijtstelde ende haar maer amniteerde, soo ende gelijck den selven tot noch toe is doende, so dat sij Marie Mertens haar genoocktsaekt vindt van den wegh van rechten in te slaen, ende hem Odekercken te doen condemneren van haar te trouwen ingevolge de beloften van dijen of wel te minstens haar te doteren als mede de er aen costen te betaelen ende het te baerene kint te houden.

Toen ik in het bezit kwam van voornoemde notariële akte, was ik stomverbaasd dat een jonge vrouw in die tijd (22 september 1742) de moed had via de notaris nakoming van een trouwbelofte te eisen en daar uiteindelijk ook nog succes mee bleek te hebben.

Inmiddels las ik in het Jaarboek 2001 van het Centraal Bureau voor Genealogie een artikel van E.J.M.F.C. Broers met de titel ‘Wederpartij in plaats van wederhelft, juridische procedures ter zake van verbroken verlovingen uit de zeventiende en achttiende eeuw’. Uit dit artikel blijkt, dat het in het geheel niet zo zeldzaam was dat een jonge vrouw via de notaris en eventueel via de rechter trachtte nakoming van een trouwbelofte te verkrijgen.
Ik laat een gedeelte van dit artikel hierna volgen.

In de zeventiende en achttiende eeuw was het gebruikelijk dat als een man voornemens was met een vrouw te huwen, hij haar een trouwbelofte deed. Dat de aanstaande bruid en bruidegom vervolgens met elkaar omgingen als waren zij reeds getrouwd, werd oogluikend toegelaten. Maar de liefde kon bekoelen. En de gedane belofte kon worden gebroken. Niet zelden was een juridische procedure daarvan het gevolg en kwamen de voormalige minnaars als eiser en gedaagde tegenover elkaar te staan. Ook boze familieleden en andere belanghebbenden konden zich in deze rechtsstrijd mengen. De schriftelijke neerslag van dergelijke juridische procedures kan men aantreffen in de rechterlijke archieven. In dit artikel wordt aandacht besteed aan de rechtszaken aangaande verbroken verlovingen die zich bevinden in het archief van de Raad van Brabant.

In het archief van de Staatse Raad van Brabant en Landen van Overmaze (1586-1795), het hoogste rechtscollege voor de Brabants-Limburgse generaliteitsgebieden gedurende de periode van de Republiek, bevinden zich enkele tientallen dossiers van civiele processen die aanhangig zijn gemaakt wegens het verbreken van een verloving, dat wil zeggen het niet nakomen van een gegeven trouwbelofte. Deze processen zijn bijna alle aangespannen door vrouwen, die merendeels zwanger waren of reeds waren bevallen van een kind. Geslachtsgemeenschap tussen personen die voornemens waren met elkaar in het huwelijk te treden, was namelijk een in de samenleving veel voorkomend, stilzwijgend geaccepteerd verschijnsel. Dikwijls zal de vrouw de man dan ook pas hebben aangesproken om zijn trouwbelofte na te komen als bleek dat zij in verwachting was en een huwelijk dus niet langer op zich kon laten wachten. Weigerde de man nu zijn woord gestand te doen, dan kon de vrouw hem voor de rechter dagen.

Johannes en Maria trouwden tenslotte toch met elkaar op 2 augustus 1744.
Zij kregen in totaal 10 kinderen, waarvan 7 met de voornaam Maria. Een bewijs voor de hoge kindersterfte uit die dagen. Gelukkig bleven er ook een paar kinderen in leven, onder andere Joannes, gedoopt 13 maart 1747 in de St. Martinus in Maastricht, overleden 30 april 1818 te Amsterdam. Van deze Joannes stam ik af.

Publicatie: Overkwartier van Gelre, jaar 2002 nummer 4